Erwten

DOPERWTEN
Niet te verwarren met peulen. Doperwten hebben een harde vruchtwand zodat alleen de gedopte zaden eetbaar zijn, zowel vers als gedroogd. Doperwten vragen een goed doorwoelde, humusrijke grond. Zeker niet bijbemesten met stikstofhoudende mest ! Er bestaan lage erwtenrassen en klimmers. Voor de klimmers wordt gebruik gemaakt van stevige, in de grond gestoken takken rijshout. Tegenwoordig wordt ook veel gaas gebruikt. De zaden zijn rond of gekreukt. De rondzadige soorten zaait men beter vroeg. De later te zaaien, gekreukte erwten zijn over het algemeen zoeter van smaak. De zaaitijd is afhankelijk van het weer in het voorjaar, maar kan reeds begin maart vallen. Stamerwten uitzaaien op 35 cm tussen de rijen en 3 à 4 cm in de rij. Rijserwten staan verder uit elkaar. Laat 1 m tot 1,2 m tussen de bedden, maar leg de zaden iets dichter, nl. op 1 à 1,5 cm in de rij.

PEULEN
In tegenstelling tot de doperwten zijn peulen in hun geheel eetbaar. Jonge peulen zijn een delicatesse. De teelt is volkomen gelijk aan die van doperwten.

PEULERWTEN
Peulerwten kan men als “peultjes” consumeren, maar ook doppen als doperwten en uitsluitend de erwten gebruiken. Men kan deze groente rauw in salades of kort gekookt eten. Bij het klaarmaken mag men niet vergeten de draad er af te halen ! Peulerwten hebben een opvallend dikke, vlezige peulwand. De smaak is op zijn best als de peulerwt goed gevuld is met erwten. Men hoeft ze dus niet jong te plukken. Teeltwijze als bij doperwten.

CAPUCIJNERS
Deze peulvruchten kunnen zowel jong als rijp worden geoogst. Voor de verse pluk moeten de zaden niet al te jong zijn om de goede smaak te kunnen waarderen. Wie rijpe zaden wil oogsten moet attent zijn op de vogels, want die zijn er ook dol op. Als het gewas volgroeid is, kleuren de bloemen purper, terwijl de peulen paars worden en de zaden bruingeel zijn. De teeltwijze is als bij doperwten.

Bestel nu