Blauwe bes

Praktische raadgevingen bij de teelt van blauwe bes

ALGEMEEN

Blauwe bessen behoren tot de plantenfamilie VACCINIUM, waartoe ook heidekruid of ERICA behoort en waarvan enkele soorten ook bij ons in het wild voorkomen, o.a. de blauwe bosbes VACCINIUM MYRTILLUS. Eigen aan deze plantengroep is dat ze slechts op zure, humusrijke gronden en in veengebieden goed gedijen. Om de teelt in cultuuromstandigheden met succes te laten slagen, is het van het grootste belang aangepaste maatregelen te nemen, waarvan we een beknopte opsomming zullen geven.

BESTUIVING

Alle blauwe bessen rassen zijn in principe zelfbestuivend, maar kruisbestuiving heeft een gunstige invloed op besgrootte en -productie. Elke derde of vierde plant kan een andere bestuiver zijn. Bestuiving vindt plaats door insecten, speciaal honingbijen en hommels leveren een grote bijdrage. De bloei begint meestal vanaf eind april/begin mei.

GROND en BEMESTING

Blauwe bessen vragen een zure, zeer humusrijke en luchtige grond maar dan met een goede waterhuishouding. De ideale zuurtegraad ligt tussen 4.0 en 5.0, vanaf een pH van 5.2 verzwakt de groeikracht van de planten geleidelijk om bij een nog hogere pH-waarde tenslotte weg te kwijnen. Omdat deze zuurtegraad in cultuurgrond slechts zeer uitzonderlijk wordt bereikt, moeten er speciale ingrepen gebeuren, om de ideale aanplantomstandigheden te scheppen.

Zo er direct in vollegrond wordt aangeplant, moet er een ruim plantgat worden uitgegraven, waarbij de uitgegraven aarde vervangen wordt door een mengsel van tuinturf en heidegrond, zoals STRUCTURAL 10 A. Dit plantgat mag niet kleiner zijn dan 50 à 60 cm doorsnede en 25 à 30 cm diep. De pH of zuurtegraad kan ook tot op het gewenste peil gebracht worden door het vermengen van stuifzwavel doorheen de bouwlaag en de wortelzone. Om de zuurtegraad met één volle graad te verlagen wordt er 100 g stuifzwavel per m2 ingewerkt tot op een diepte van 25 cm ; met 200 g stuifzwavel per m2 daalt de zuurtegraad met 2 volle eenheden. Een andere methode bestaat er in de bosbessen aan te planten in voldoende ruime containers, liefst met een inhoud van 40 à 50 liter. Voor het opplanten uitsluitend een samenstelling van heidegrond gebruiken zoals STRUCTURAL 10 A. Deze grondsamenstelling bezit niet alleen de ideale zuurtegraad maar heeft tevens het voordeel luchtig te zijn en een hoog gehalte vocht op te nemen. De gevulde en opgeplante containers worden tot aan de rand in de tuingrond ingegraven. Deze containers moeten van zelfsprekend voorzien worden van afvoergaten in de bodem.

Bewatering

Blauwe bessenstruiken vormen een fijn vertakt, compact en vrij oppervlakkig wortelstelsel. Voor een goede en aanhoudende groei moet de bovenlaag steeds voldoende vochtig gehouden worden. Een bewateringssysteem met druppelbevloeiing is het meest geschikt. 1 à 2 liter per dag wordt aanbevolen. Het afdekken van de grond of de containers met gemalen dennenschors of een ander zuurreagerend materiaal vermindert uitdroging door verdamping.

Bemesting

Blauwe bessen vragen een bemesting, met zachte en langdurige werking, chloorvrij en zonder kalk. Hiervoor zijn organische meststoffen minder geschikt, omdat ze meestal de pH-waarde verlagen. Als ideale meststof wordt FLORANID PERMANENT aanbevolen of een samengestelde meststof speciaal voor zuurminnende planten. In het voorjaar ca. 50 g per plant toedienen. Bij de aanvang van de vruchtvorming een lichte extra dosis geven. De aangegeven hoeveelheden mogen geleidelijk verhoogd worden naargelang met de ontwikkeling van de planten.

OOGSTBESCHERMING

De vruchten van blauwe bessen hebben een magische aantrekkingskracht voor vogels. De struiken moeten daarom tijdig en heel zorgvuldig worden afgeschermd vóór de bessen rijpen. De ideale methode bestaat er in om over de struiken een manshoog raamwerk aan te brengen, waarover een afschermnet wordt gespannen.

VERDERE TEELTZORGEN

Blauwe bessen worden slechts zelden belaagd door bladluizen, insectenbestrijding is daarom te verwaarlozen. Taksterfte komt wel regelmatig voor, en wordt veroorzaakt door de schimmel GODRONIA CASSANDRAE: op de takken ontstaan ovale bruine vlekken, meestal aan de onderzijde van de struiken. Door deze infectie raken vaatbundels verstopt en sterven de takken af. De infectie vindt meestal in het voorjaar plaats, een directe bestrijding is niet gekend. Het is zeer belangrijk het aangetaste hout weg te snoeien en te verbranden, om verdere besmetting te vermijden. Een regelmatige snoei is zeer belangrijk om de struiken vitaal en groeikrachtig te houden. Oude takken wegsnoeien bevordert de ontwikkeling van nieuwe scheuten en komt ook ten goede aan de smaak van de bessen.

Bestel nu