Champignons

Praktische raadgevingen bij de teelt van champignons

Een kweekpakket bestaat uit twee delen : een zak compost, doorgroeid met champignonmycelium en een zak dekaarde. Het pak compost is helemaal doorgroeid met myceliumdraden van kampernoelie, het heeft dus geen boven- of onderkant. Indien je dat wenst kan je de doorgroeide compost in een bak leggen. Hierbij mag de compost in stukken worden getrokken zodat de vorm kan aangepast worden aan die van de bak. Zorg er wel voor dat de laagdikte min. 15 cm blijft. 

Om nu de knopvorming te induceren moet je de compost afdekken met de bijbehorende dekaarde. Ga hierbij als volgt tewerk: giet de dekaarde uit het pak in een emmer en maak ze goed vochtig, maar zorg ervoor dat de kruimelstructuur behouden blijft. Maak vervolgens het pak compost open en verdeel hierop de dekaarde gelijkmatig in een laagje. Maak onderaan sneden in de plastiek verpakking zodat het water steeds kan draineren. Leg over de dekaarde een stuk plastic folie. De volgende dagen zal het mycelium ook in de dekaarde groeien. Dit kan zowel op een warme (max. 25°C) als op een koele plaats (min. 13°C) gebeuren. Wanneer U na 5 tot 14 dagen, afhankelijk van de omgevingstemperatuur, wit schimmelpluis ziet verschijnen aan de oppervlakte, mag je de bedekking wegnemen en de cultuur koel zetten (13°C tot 18°C). Doorprik oppervlakkig de dekaardelaag met een mesje of vork. Binnen de 14 dagen zal de knopvorming aanvangen.

Gieten moet met mate gebeuren: net voldoende opdat de dekaarde niet zou uitdrogen. Het overtollige water moet steeds kunnen wegvloeien. Oogst de champignons met een draaiende beweging, zodat de voet mee uitgetrokken wordt: er mogen geen stompjes in de dekaarde achterblijven.Tussen iedere ‘vlucht’ zit er een tiental dagen. Men oogst gewoonlijk een 4-tal maal.

Bestel nu