Kiwiplant

Praktische raadgevingen bij teelt van de kiwiplant - Actinidia Chinensis

Algemeen

Deze steeds populairder wordende fruitsoort is verwant aan de kruisbes en wordt hierom ook wel Chinese kruisbes genoemd. Deze krachtige, snel groeiende en sterk rankende klimplant gedijt bij ons op elke beschutte standplaats en heeft weinig last van ziekten of insecten ; alleen strenge nachtvorst kan aan de plant schade veroorzaken. Voor een goede vruchtzetting zijn evenwel zowel mannelijke als vrouwelijke planten nodig. De vruchten zelf, die in ons klimaat geoogst worden, zijn zéér smaakvol en bezitten een zeer hoog vitamine C gehalte. Voor het welslagen van de kiwiteelt zijn wel enkele basisregels belangrijk.

Snelle en gezonde groeier

Kiwiplanten zijn snel groeiende rankende klimplanten wat betekent dat de planten behoorlijk wat ruimte nodig hebben. Per plant mag gerust 3 à 4 m voorzien worden. Het gewas is gezond en ziekten of aantastingen komen niet voor, zodat gewasbehandeling niet nodig is. De belangrijkste teeltzorg bestaat erin voldoende en op de juiste wijze te snoeien. Zowel een wintersnoei als een zomersnoei is nodig om het gewas onder controle te houden. De ranken worden geleid langs draden en ondersteund door palen.

Grond en bemesting

Kiwiplanten houden van een humusrijke grond met een vrij hoge pH of zuurtegraad – een pH van 6,5 is ideaal – maar vooral een goede vochthoudende grond is noodzakelijk. Kiwiplanten gedijen niet in droge grond. Onder de planten geen andere planten laten groeien om vocht- en voedingsconcurrentie te voorkomen. Dit is zéér belangrijk. Een regelmatige bemesting met een samengestelde meststof en een jaarlijkse kalktoediening (2 à 3 kg kalk per 10 m2) is nodig. Om de humustoestand op peil te houden kunnen verteerde stalmest of stalmestkorrels omheen de planten gelegd worden. Dit is zéér belangrijk omdat kiwiplanten veel voedingsstoffen vragen en de standplaats vochthoudend moet blijven.

Van bloem tot vruchtzetting

Kiwiplanten zijn tweehuizig dit betekent dat een mannelijk bloeiende plant nodig is om de vrouwelijk bloeiende planten te bevruchten. Voor één mannelijke plant kunnen tot 5 vrouwelijke planten samen aangeplant worden. Insecten en bijen spelen een belangrijke rol in de vruchtzetting maar ook met de hand kan de vruchtzetting gunstig beïnvloed worden door mannelijke bloemen in contact te brengen met de vrouwelijke bloemen. De bloei valt vrij laat, meestal in juni. De behaarde vruchten worden eind oktober, begin november geoogst. Selectief plukken wordt aanbevolen, alleen volgroeide vruchten met de grootte van een eendenei worden geoogst als ze nog hard zijn. De vruchten zijn zeer lang houdbaar, zelfs tot in maart, indien ze fris en vochtig bewaard worden. Vanaf december zijn de vruchten dan rijp en klaar voor consumptie. Te vroeg geoogste kiwivruchten komen niet op smaak en rijpen niet af, terwijl te sterke vruchtzetting nadelig is zowel voor smaak als voor de vruchtgrootte. Indien noodzakelijk vruchtuitdunning uitvoeren. In ons klimaat geoogste kiwivruchten bezitten een 6 à 7 maal hogere vitamine C gehalte dan citrusvruchten.

Rassenkeuze

HAYWARD (vrouwelijk)

HAYWARD is een vrouwelijk bloeiend ras, het wordt aanzien als het beste ras voor de liefhebbersteelt. De vruchten zijn zéér goed van smaak, blijven lang houdbaar met grote ovaalronde vruchten. Het vruchtgewicht ligt tussen 80 en 100 g. De vruchtzetting is minder groot, zodat vruchtuitdunning meestal niet nodig is. De bloei treedt vrij laat in van midden tot eind juni.

MONTY (vrouwelijk)

MONTY is een vrouwelijk bloeiend ras met als bijzonderste eigenschap zijn grote vruchtbaarheid zodat vruchtuitdunning bij dit ras meestal noodzakelijk is om zowel vruchtgrootte als smaak te bevorderen. De vruchten zijn breed en lang ovaal met een gemiddeld gewicht van ca. 60 g. De vruchten blijven vrij lang en goed bewaarbaar. De bloei valt midden juni. De smaak is wat minder.

Bestuivers of mannelijke rassen

Als goede bestuivers worden zowel ATLAS als TUMORI aanbevolen. Er is weinig verschil in het bloeitijdstip van beide rassen, zodat de rassenkeuze voor mannelijke planten minder belangrijk is.

Klimaatomstandigheden en vorstgevaar

De kiwiplant stamt oorspronkelijk uit warmere gebieden maar gedijt ook in onze streken uitstekend, alleen hebben we bij ons af te rekenen met de grillen van het voorjaar, waardoor nachtvorst in de lente grote schade kan veroorzaken aan de jonge uitlopers. Nieuw aangeplante kiwiplanten worden het best goed afgeschermd het eerste jaar, nadien zijn de planten winterhard, alleen blijven de jonge uitlopers gevoelig voor nachtvorst. Door het late optreden van de bloei zijn de bloemen veilig voor vorstschade.

Het opkweken

Kiwiplanten kunnen op verschillende manieren opgekweekt worden ; in haagvorm, langs palen met horizontale steundraden of als overdekking van pergola’s. Bedenk alleen dat kiwi’s zeer groeikrachtige planten zijn die gemakkelijk 5 m hoog kunnen opgroeien. Hetzelfde geldt voor de breedtegroei. Snoeien is en blijft dus noodzakelijk om de planten onder controle te houden.

Wintersnoei

De eerste knoppen van de éénjarige loten zijn meestal bloemknoppen waarop de vruchten ontstaan. Het éénjarige hout mag dus op 3 à 4 knoppen ingesnoeid worden, op dezelfde wijze als bij druiven. De volgende winter worden de zijtwijgen teruggesnoeid tot op één cm boven de tweede of derde knop. Deze knoppen geven dan de éénjarige loten voor het volgende vruchtjaar, en zo verder.

Zomersnoei

Gedurende de zomermaanden mogen alle twijgen die te lang zijn gewoon worden weggesnoeid ; ook scheuten zonder vruchten worden weggesnoeid. Daarna ontstaan dieven of okselscheuten; deze worden ingenepen na het 2e blad. Op de gesteltakken ontstaan nieuwe scheuten ; daarvan handhaven we deze die we nodig achten voor de vervanging van andere vruchttakken.

Bestel nu