Meloenen

Praktische raadgevingen bij teelt van de meloenen

Algemeen

De teelt van meloenen kan een goede vruchtafwisseling betekenen in de koude kas; als afwisseling met tomaten, komkommers of paprika. Het prettige is tevens dat het geen moeilijke teelt betreft zo er met enkele eenvoudige regels wordt rekening gehouden. We beschrijven het ganse teeltverloop als volgt.

Het zaaien

Zaaien bij voorkeur in een verwarmde propagator of minstens bij een constante temperatuur van 22 à 24 °C. Gebruik van een goede en betrouwbare zaaigrond is belangrijk, wij bevelen hiervoor STRUCTURAL NO. 0 aan. Het beste zaaitijdstip ligt tussen eind maart en half april. Zaai bij voorkeur direct in pot, 9 à 10 cm Ø is ideaal; één zaadje per pot is voldoende; hou rekening met een kiemresultaat van 80 %. Na de opkomst worden de planten warm opgekweekt. Het gebruik van onze speciale GROEILAMPEN is hierbij een echte aanrader, omdat op die manier een stevige en gedrongen plant wordt gekweekt, met eenzelfde resultaat als bij natuurlijk zonlicht, zonder overmatige celstrekking.

Het planten

Het tijdstip van planten ligt tussen half april en eind mei, uiteraard onder glas. De plantafstand bedraagt ongeveer 60 x 60 cm. Bij het planten rekening houden dat de grond koud kan zijn: giet vooraleer te planten een hoeveelheid warm water van 60 à 70 °C in het plantgat om de grond goed op te warmen. Sla vooraf een klein paaltje of latje, voorzien van een gat, in de grond om er een koord aan te bevestigen, waarlangs de plant later zal omhoog groeien. Zodra de planten zich ontwikkelen moet men ze insnijden op twee ogen: dit is zeer belangrijk omdat de vruchten alleen gevormd worden op zijscheuten en er hierop vrouwelijke bloemen worden gevormd. Nu kan met de keuze maken, ofwel wordt op één stengel gekweekt, ofwel op twee stengels, dan in V-vorm. De stengels worden in linkse richting rond de koord geslingerd. Als de plant goed aan de groei is mogen de okselscheuten op de stengels weggesneden worden, na het eerste blad en een bloem. Per plant kunnen zo 2 à 6 vruchten gevormd worden. Dergelijke productie vraagt echter een goede bemesting en een zeer regelmatige bewatering. Er mag ook aan de voet van de plant water gegeven worden. Het is een verkeerde mening dat meloen- en komkommerplanten afsterven als er water wordt gegeven aan de voet: als planten afsterven wordt dit meestal veroorzaakt door bodemschimmels. De nieuwere rassen zijn steeds resistenter tegen deze bodemschimmels en zijn ook meer witziekteresistent.

Rassenkeuze

>Er zijn verschillende types meloenen, zoals het Cavaillon type; de netmeloenen, die algemeen ook zoeter en fijner zijn van smaak en uiteraard de Galia typen die de mooiste en zeker de lekkerste vruchten leveren.

Bemesting

Een rijke voorraad meststoffen is voor deze sterk productieve teelt belangrijk. Het gebruik van goed verteerde stalmest kan ouderwets lijken, maar is zeer waardevol om een goede bodemstructuur en een rijk bacterieleven te krijgen. Deze stalmest wordt zeer rijkelijk toegediend, in de spitvoor. Na de grondbewerking mag elk jaar een hoeveelheid kalk, bij voorkeur zeewierkalk, worden uitgestrooid aan 2 à 3 kg per 10 m², samen met een goede samengestelde meststof met langdurige werking zoals FLORANID PERMANENT, aan 1 à 1,2 kg per 10 m2 serreoppervlakte. Er mag ook nog een hoeveelheid PATENTKALI gegeven worden, 6 à 800 g per 10 m2. Deze bufferhoeveelheid zal de planten toelaten zich fors en krachtig te ontwikkelen en bij de vruchtvorming zullen er geen gebreken optreden. Bij dergelijke bemesting zijn de vruchten ook zeer smaakvol, zoet en sappig.

Het oogsten

De vruchten worden geoogst als ze voldoende afgerijpt zijn, wat men kan zien aan de verkleuring of voor sommige soorten als rond de steel een barstje verschijnt. Bij andere soorten moet men aandacht geven aan de geur die de meloenen verspreiden. Na het oogsten kan men de vruchten nog een paar dagen laten narijpen om een nog fijnere smaak te verkrijgen.

Bestel nu