Meloenpeer

Praktische raadgevingen bij de teelt van meloenpeer of Solanum Muricatum

Algemeen

Vruchtdragende, niet winterharde doorlevende plant van de familie der nachtschadigen. Oorspronkelijk afkomstig uit het Andes-gebergte, Zuid-Amerika, maar door Nieuw-Zeelandse wetenschappers succesvol verbeterd, waardoor de planten niet alleen veel vruchtbaarder zijn geworden, maar ook vruchtkwaliteit en smaak zijn verbeterd. Het is daarom erg belangrijk met goed uitgangsmateriaal te starten ; d.i. stekmateriaal afkomstig van planten waarvan de goede eigenschappen bekend zijn. De vruchten bezitten een zeer hoog gehalte aan vitamine C. (29 mg per 100 g vruchtgewicht) De smaak ligt tussen meloen en peer en is zeer sappig en fris. De vruchten hebben een aantrekkelijk uiterlijk, een glanzende gladde schil en zijn paars gestreept. De vorm is ovaal, 6 à 8 cm Ø en 10 à 12 cm hoog. Het vruchtgewicht kan oplopen tot 350 g per stuk. De door Het Vlaams Zaadhuis geleverde planten zijn afkomstig van waardevolle moederplanten. Zij worden verzonden in 9 x 9 cm pot en zijn goed ingeworteld. Uitplanten in containers van 10 à 15 liter met als potgrond STRUCTURAL N° 2 met kleistructuur wordt aanbevolen. Vorstvrij laten overwinteren. Zodra de temperatuur dit toelaat, naar buiten brengen. Ook in de serre lukt de teelt goed, en mits de nodige verzorging, is het een bijzondere en succesvolle attractie en rijpen de vruchten ook vroeger af. Mag zowel in containers als in vollegrond verder opgekweekt worden. Goed en regelmatig bemesten zoals bij tomaten, vooral het element kalium is belangrijk. Twee planten per m2, per plant 2 à 4 stengels aanhouden. De stengels worden het best gesteund. De overige scheuten moeten regelmatig weggesnoeid worden. Per plant kunnen 5 à 7 kg vruchten geoogst worden. De eerste vruchten worden reeds gevormd eind april/begin mei, dit gaat door tot oktober/november. De vruchten zijn aanvankelijk groen, bij het afrijpen verkleuren ze naar geel met paarse strepen. Alleen goed gekleurde en dus afgerijpte vruchten plukken. De vruchten hangen in trossen van 3 à 5 bijeen. Het afrijpen gebeurt meestal vanaf september en zolang de groei doorgaat.

Belangrijke teeltgegevens

Goed en regelmatig, om de week, bemesten met tomatenmeststof is aan te bevelen. Ziektebestrijding is te verwaarlozen maar insectenbestrijding is des te belangrijker. De planten worden gemakkelijk aangetast door bladluizen, spintmijten en witte vlieg. Een regelmatige behandeling met een insecticide zoals TALSTAR 2,5 TB is noodzakelijk. Dit middel is werkzaam tegen zowel bladluizen, spintmijten als witte vlieg. Om de 10 à 14 dagen behandelen waarborgt gezonde en groeikrachtige planten. Na de oogst, en om de planten te laten overwinteren terugsnoeien tot 10 à 15 cm. Na de winter terug verpotten in verse potgrond om zo de teelt te vervolgen.